Klimaatreddende bodem
Biochar is een (zeer stabiele vorm van organisch) stof die vrijkomt bij gecontroleerde verkoling van biomassa bij hoge temperaturen en onder zuurstofarme condities. Biochar kan vele honderden tot duizenden jaren in de bodem aanwezig blijven. Daarnaast verbetert biochar ook de bodemstructuur en verhoogt het vochtvasthoudend en waterbergend vermogen. Het is daarnaast een alternatieve manier om CO2 voor zeer lange tijd in de grond vast te leggen. De biochar methode is afgeleid van de Terra Preta gronden uit de Amazone die daar duizenden jaren geleden door indianenstammen zijn gemaakt. Deze gronden hebben tot op vandaag hun bodemvruchtbare eigenschappen behouden. Het organisch stofgehalte van deze gronden kan oplopen tot wel 25-30%. Terra Preta bodems zijn te vergelijken met onze es-bodems met dit verschil: het organische stof in een es-bodem verteert wel, het organische stof in de Terra Preta bodems verteert niet tot nauwelijks. Vanwege de positieve invloeden van biochar op de bodem wil de UNCCD (United Nations Convention to Combat Desertification) van de Verenigde Naties het gebruik hiervan stimuleren. De UNCCD wil biochar als officiële CO2 opslagmethode bij de volgende klimaatonderhandelingsronde erkend krijgen. Boeren kunnen in dat geval CO2 credits krijgen voor het permanent opslaan van CO2 in de bodem met behulp van biochar. Iedere ton biochar die in de bouwvoor wordt ingebracht staat gelijk aan de permanente opslag van ongeveer een ton CO2 in de bodem. De Nederlandse samenleving produceert zeer veel organische reststromen. Het Platform Groene Grondstoffen schat dat er circa 18 miljoen ton aan organische bijproducten per jaar beschikbaar komt. Deze organische reststromen komen uit de stad, de land- en bosbouw en de industrie. Deze 18 miljoen ton is meer dan voldoende voor het realiseren van de totale Kyoto doelstelling van 13 miljoen ton CO2 reductie in Nederland. De landbouw kan dit in potentie uitvoeren door alle organische restproducten in biochar om te zetten en deze in de bodem te verwerken. Hiermee draagt de akkerbouw bij aan het voorkomen van klimaatverandering.





